Op Strijp-S groeit een klein park met een grote ambitie: aantonen dat de grond onder onze voeten net zo duurzaam kan zijn als de daken en gevels erboven. Soil Lab, een initiatief van de gemeente Eindhoven om de stad binnen de ring te vergroenen, zet circulaire substraten van lokale reststromen in om stadsdaken te vergroenen. Daarbij wordt lokaal afvalmateriaal verwerkt tot voedingsbodem waarop planten op daken kunnen groeien. Van gesnoeid groen tot gesloopt beton. Samen met LOLA Landscape Architects heeft de gemeente een visie opgesteld voor de stad. Vanuit dit initiatief is Soil Lab ontstaan. Samen met Soontiëns en Van Berkel Groep onderzoekt Soil Lab hoe Eindhoven zichzelf kan vergroenen met wat de stad al in huis heeft.
Waarom deze aanpak nodig is
Voor gewone plantengrond wordt vaak turf en puimsteen gebruikt. Het winnen van deze materialen beschadigt natuurgebieden ver weg, en het vervoer naar Nederland kost veel energie. Daarom bedacht LOLA een alternatief: grond maken van materiaal dat al in Eindhoven aanwezig is. Denk aan compost van gemeentelijk groenafval en fijngemalen puin van sloopwerk, zoals baksteen en beton. Samen vormen deze restproducten een lichte, stevige bodem die geschikt wordt gemaakt voor op daken.
Drie jaar testen op Strijp-S
Met steun van Trudo staat er op Strijp-S een testlocatie die drie jaar blijft staan. In oktober 2025 opende wethouder Rik Thijs (Klimaat & Energie, Grond & Vergroening) Soil Lab officieel op Strijp-S, en tijdens Dutch Design Week 2025 kreeg het project een podium, waar ontwerpers en bewoners zagen hoe lokaal gemaakte grond bijdraagt aan een groenere en duurzamere stad.
In dit kleine parkje worden verschillende soorten grond uitgeprobeerd, samen met planten die goed tegen hitte en droogte kunnen. Zo ontstaat een levend laboratorium dat ook nog eens goed is voor de biodiversiteit. Elke grondsoort is gekoppeld aan een plantenkeuze en een type dak of tuin: van lichte groene daken tot volwaardige daktuinen en parken boven parkeergarages. Zo ontstaan bruikbare combinaties die de gemeente kan toepassen in haar groenbeleid. De resultaten worden gedeeld, zodat ook andere steden ervan kunnen leren.